Om maar direct met de deur in huis te vallen: het domein van de roze stinkzwam (Mutinus ravenelii) beperkt zich niet tot het Waddengebied. We komen deze soort in gans het land tegen.
De Roze stinkzwam is een ongewone schimmel die je kunt aantreffen in tuinen, bossen en gebieden met een mulchlaag. Een mulchlaag is een laag compost, versnipperde bladeren of stukken boomschors, om maar een paar voorbeelden te noemen. Loop een bos in, kijk naar de bodem en je snapt wat ik bedoel. Deze soort komt voor in grote delen van Europa en Noord-Amerika, al zal de wetenschap in de nabije toekomst wel ontdekken dat op die continenten twee verschillende soorten of ondersoorten leven.
Als lid van de familie van de stinkzwammen (Phallaceae) staat de soort bekend om zijn opvallende uiterlijk en zijn bijzonder onaangename geur.
De schimmel begint zijn levenscyclus als een klein, witachtig 'duivelsei' dat verborgen ligt in de bodem, tussen bladafval of in houtsnippers (de mulch). Bij warm en vochtig weer barst dit ei snel open en vormt zich een hol, sponsachtig vruchtlichaam. De volgroeide schimmel bereikt doorgaans een hoogte van 5 tot 15 centimeter en heeft een roze tot roodachtige steel die naar de top toe smaller wordt.
Wat de stinkzwammen bijzonder maakt, is de manier waarop de sporen worden verspreid. In plaats van afhankelijk te zijn van de wind, wordt het bovenste deel van de schimmel bedekt met een kleverig, olijfbruin slijm dat 'gleba' wordt genoemd. Dit slijm verspreidt een geur die doet denken aan rot vlees, wat uiteraard allerlei aasvliegen, aaskevers en andere insecten aantrekt. Terwijl de insecten van het slijm eten of erdoorheen kruipen, blijven de sporen aan hun lichaam plakken en worden ze zo naar nieuwe locaties verspreid.
Ecologisch gezien is de roze stinkzwam een saprobische schimmel, wat betekent dat hij zich voedt met rottend organisch materiaal. De soort speelt een belangrijke rol bij de afbraak van houtsnippers, bladafval en ander plantaardig materiaal, waardoor voedingsstoffen terugkeren in het ecosysteem. Men treft de zwam vaak aan in tuinen, parken, op gazons en langs bosranden, overal waar voldoende rottend organisch materiaal aanwezig is.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Mutinus, is afkomstig uit het Latijn, waar mūtō 'penis' betekende. Het tweede deel, ravenelii, eert Henry William Ravenel (1814-1887), een Amerikaanse plantagehouder en botanicus. Hij bestudeerde schimmels en cryptogamen (nee, niet cryptogrammen) in South Carolina en ontdekte daarbij een groot aantal nieuwe soorten.
Er wordt nogal optimistisch gemeld dat het 'duivelsei' van de roze stinkzwam eetbaar is, terwijl dat van de volwassen schimmel (nog) niet bekend is. Niemand heeft het kennelijk aangedurfd. Volkgeloof meent dat deze zwam lustverhogend werkt, maar dat zal alleen met diens vorm te maken hebben. Er zullen vermoedelijk geen ervaringsdeskundigen bestaan.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten